Skip to main content

Digitaal in Tunesië

adviseur-peter-van-enk-pblq

Peter van Enk

Adviseur

0651416822

Fysiek ongemak

Het vliegtuig naar Parijs vertrekt om 7 uur ‘s-ochtends van Schiphol. Vanwege de lange rijen passagiers op Schiphol, ben ik er al om half vier. Het is druk, heel druk en omdat er nog geen incheckbalie open is, groeit de rij wachtenden in rap tempo. Ik spreek wat vakantiegangers om mij heen, de een moet om 10 uur het vliegtuig hebben, de ander nog later. Ook zij staan al midden in de nacht te wachten om hun vliegtuig niet te missen; in het post-corona tijdperk is vliegen een stressvolle en tijdrovende onderneming.

Van Parijs gaat mijn aansluitende vlucht naar Tunis; een directe verbinding is er niet. Tunesië was tot 1956 een Franse kolonie en Frans is er de tweede taal. Voordat de Fransen er de macht kregen, werd het land vanuit Rome bestuurd. Die geschiedenis zie je terug op het vliegveld van Tunis; de meeste vluchten komen en gaan naar deze twee landen aan de andere kant van de Middellandse Zee.

E-Government in de MENA regio

Ik ga naar Tunesië voor de  E-Government training in de MENA (Middle East and North Africa) regio, die wij samen met de The Hague Academy for Local Government (THA) uitvoeren in opdracht van het ministerie van Buitenlandse Zaken. De training heeft als doel om kennis en ervaring op het gebied van de digitale overheid te delen. Er staan  vier kernthema’s centraal: datagedreven werken, interoperabiliteit, digitale dienstverlening en digitale veiligheid en privacy. In de groep van 25 deelnemers zijn 9 nationaliteiten vertegenwoordigd, van Marokko tot Irak. In dit bonte gezelschap is Arabisch de voertaal en dat levert voor één deelnemer uit Koerdistan wat problemen op; maar zij kan gelukkig met Engels uit de voeten.

De training bestaat uit colleges, werkbezoeken en praktische workshops. De deelnemers werken tussendoor aan hun Back Home Action Plan waarin zij aangeven wat ze met de opgedane kennis en vaardigheden in hun dagelijks werk gaan doen.

Verschil en overeenkomst

Het is boeiend om te zien en te horen dat in maatschappijen, compleet anders dan de onze, in de basis dezelfde digitaliseringsvraagstukken spelen. Alle overheden zetten hun eerste schreden op de weg naar digitalisering van dienstverlening en (soms) transparantie, maar het tempo verschilt. Zo beschikken Marokko en Tunesië als enige landen in de regio over privacywetgeving. De directeur van de Tunesische autoriteit persoonsgegevens, geeft aan dat hij een fel tegenstander is van één burgerservicenummer. Als alle overheidsinstellingen met hetzelfde nummer gaan werken, kan volgens hem de privacy van burgers onmogelijk worden gewaarborgd. Ook ten aanzien van de Open Overheid zijn er verschillende snelheden. In sommige MENA landen is wettelijk vastgelegd welke overheidsinformatie openbaar gemaakt moet worden, maar schort het nog aan de uitvoering. In andere landen is geen wettelijk kader en wordt nog nauwelijks overheidsinformatie gepubliceerd.

Digitale dienstverlening wordt door de deelnemers als een enorme uitkomst voor de burger gezien. Met name inwoners uit afgelegen gebieden zouden hier baat bij hebben; daar reis je soms wel een hele dag om bij het goede overheidsloket te komen, waar je vervolgens weer een dag moet wachten op een vergunning. Wát een tijdwinst als deze vergunning digitaal aangevraagd kan worden. Maar de eerste ervaringen waren niet erg positief; burgers wisten de weg naar het digitale overheidsloket maar mondjesmaat te vinden. Dat kwam vooral door gebrek aan vertrouwen, zo was de gedachte. De oplossing werd vooral gezocht in een wettelijke verplichting om het digitale overheidsloket te gebruiken. Op mijn vragen over vindbaarheid, gebruiksvriendelijkheid en digitale vaardigheden van de burgers in afgelegen gebieden, kwam niet echt een antwoord. De vraag of er daar überhaupt wel internet was, heb ik maar niet gesteld.

Op de slotdag ontvingen de deelnemers een certificaat voor deelname aan het programma van onze ambassadeur in Tunesië, mevrouw Rahman. Mijn missie zat erop. Op het vliegveld van Tunis stond tot mijn schrik net zo’n rij als bij mijn vertrek. Gelukkig verdween die als sneeuw voor de zon toen een strenge beveiliger de tweede toegangsdeur tot de vertrekhal opende. Was de oplossing op Schiphol maar zo simpel.

Fysiek ongemak

Het vliegtuig naar Parijs vertrekt om 7 uur ‘s-ochtends van Schiphol. Vanwege de lange rijen passagiers op Schiphol, ben ik er al om half vier. Het is druk, heel druk en omdat er nog geen incheckbalie open is, groeit de rij wachtenden in rap tempo. Ik spreek wat vakantiegangers om mij heen, de een moet om 10 uur het vliegtuig hebben, de ander nog later. Ook zij staan al midden in de nacht te wachten om hun vliegtuig niet te missen; in het post-corona tijdperk is vliegen een stressvolle en tijdrovende onderneming.

Van Parijs gaat mijn aansluitende vlucht naar Tunis; een directe verbinding is er niet. Tunesië was tot 1956 een Franse kolonie en Frans is er de tweede taal. Voordat de Fransen er de macht kregen, werd het land vanuit Rome bestuurd. Die geschiedenis zie je terug op het vliegveld van Tunis; de meeste vluchten komen en gaan naar deze twee landen aan de andere kant van de Middellandse Zee.

E-Government in de MENA regio

Ik ga naar Tunesië voor de  E-Government training in de MENA (Middle East and North Africa) regio, die wij samen met de The Hague Academy for Local Government (THA) uitvoeren in opdracht van het ministerie van Buitenlandse Zaken. De training heeft als doel om kennis en ervaring op het gebied van de digitale overheid te delen. Er staan  vier kernthema’s centraal: datagedreven werken, interoperabiliteit, digitale dienstverlening en digitale veiligheid en privacy. In de groep van 25 deelnemers zijn 9 nationaliteiten vertegenwoordigd, van Marokko tot Irak. In dit bonte gezelschap is Arabisch de voertaal en dat levert voor één deelnemer uit Koerdistan wat problemen op; maar zij kan gelukkig met Engels uit de voeten.

De training bestaat uit colleges, werkbezoeken en praktische workshops. De deelnemers werken tussendoor aan hun Back Home Action Plan waarin zij aangeven wat ze met de opgedane kennis en vaardigheden in hun dagelijks werk gaan doen.

Verschil en overeenkomst

Het is boeiend om te zien en te horen dat in maatschappijen, compleet anders dan de onze, in de basis dezelfde digitaliseringsvraagstukken spelen. Alle overheden zetten hun eerste schreden op de weg naar digitalisering van dienstverlening en (soms) transparantie, maar het tempo verschilt. Zo beschikken Marokko en Tunesië als enige landen in de regio over privacywetgeving. De directeur van de Tunesische autoriteit persoonsgegevens, geeft aan dat hij een fel tegenstander is van één burgerservicenummer. Als alle overheidsinstellingen met hetzelfde nummer gaan werken, kan volgens hem de privacy van burgers onmogelijk worden gewaarborgd. Ook ten aanzien van de Open Overheid zijn er verschillende snelheden. In sommige MENA landen is wettelijk vastgelegd welke overheidsinformatie openbaar gemaakt moet worden, maar schort het nog aan de uitvoering. In andere landen is geen wettelijk kader en wordt nog nauwelijks overheidsinformatie gepubliceerd.

Digitale dienstverlening wordt door de deelnemers als een enorme uitkomst voor de burger gezien. Met name inwoners uit afgelegen gebieden zouden hier baat bij hebben; daar reis je soms wel een hele dag om bij het goede overheidsloket te komen, waar je vervolgens weer een dag moet wachten op een vergunning. Wát een tijdwinst als deze vergunning digitaal aangevraagd kan worden. Maar de eerste ervaringen waren niet erg positief; burgers wisten de weg naar het digitale overheidsloket maar mondjesmaat te vinden. Dat kwam vooral door gebrek aan vertrouwen, zo was de gedachte. De oplossing werd vooral gezocht in een wettelijke verplichting om het digitale overheidsloket te gebruiken. Op mijn vragen over vindbaarheid, gebruiksvriendelijkheid en digitale vaardigheden van de burgers in afgelegen gebieden, kwam niet echt een antwoord. De vraag of er daar überhaupt wel internet was, heb ik maar niet gesteld.

Op de slotdag ontvingen de deelnemers een certificaat voor deelname aan het programma van onze ambassadeur in Tunesië, mevrouw Rahman. Mijn missie zat erop. Op het vliegveld van Tunis stond tot mijn schrik net zo’n rij als bij mijn vertrek. Gelukkig verdween die als sneeuw voor de zon toen een strenge beveiliger de tweede toegangsdeur tot de vertrekhal opende. Was de oplossing op Schiphol maar zo simpel.

PUBLICATIES