Skip to main content

Hoe de zorg goed op elkaar aansluit, maar digitaal (nog) niet

adviseur-jinne-samsom-pblq

Jinne Samsom

Adviseur

0703763636

Niels Back

Adviseur

0703763636

Vorige week liet ik een MRI-scan van mijn knie maken vanwege een opgelopen voetbalblessure. Op dinsdag had ik een afspraak bij de fysio, op woensdagochtend bij de huisarts voor de officiële doorverwijzing, op donderdagochtend bij de MRI-kliniek en vrijdag ontving ik de (helaas tegenvallende) uitslag, en maakte ik een vervolgafspraak bij de orthopeed in het ziekenhuis.

Een mooi staaltje Nederlandse zorg, met verschillende doorverwijzingen die elkaar kort opvolgden en zorgen voor (aan)sluitende dienstverlening. Super!

Wat helaas (nog) minder goed op elkaar aansluit zijn de digitale systemen en processen van de verschillende zorgverleners. Hierover deed ik in een week tijd interessante ervaringen op. De digitale zorg in vier praktijkbevindingen:

Een wildgroei aan PGO’s

Bijna iedere zorgverlener maakt gebruik van een persoonlijke gezondheidsomgeving voor de patiënt, zogeheten PGO’s. De huisarts gebruikt Mijngezondheid.net, niet te verwarren met Gezondheidsnet.nl of Mijngezondheid.nl. De MRI-kliniek had eveneens zijn eigen patiëntenportaal op Mijn DC Klinieken. En ook als ik straks bij het ziekenhuis kom krijg ik een eigen omgeving: Mijn HMC.

Op deze manier worden de persoonlijke gezondheidsomgevingen een soort gepersonaliseerde persoonlijke gezondheidsomgevingen, omdat werkelijk iedere zorgverlener zijn eigen portaal aanbiedt.

Ik vind een PGO op zichzelf heel goed, omdat het de patiënt meer regie geeft op de genoten zorg, maar wat wel opvalt is dat er geen enkele harmonisatie tussen de PGO’s plaatsvindt. Wat daarin een beetje helpt is een aansluiting op DigiD zodat in ieder geval de identificatie en authenticatie gelijk is.

Bellen is sneller

Wat tegenvalt is dat de PGO’s gebruikers maar beperkte functionaliteit bieden. Zo kan ik bij mijn huisarts geen afspraak via het portaal maken, alleen mijn gemaakte afspraken inzien… Voor een afspraak moet je op werkdagen tussen 8.00-12.00 uur bellen met de assistent(e). De telefoon blijft daarmee het belangrijkste communicatiemiddel waarmee contact tussen de patiënt en de zorgverlener tot stand komt.

Geen herbruikbaarheid van basisgegevens

Bij iedere zorgverlener waar je als patiënt nieuw binnenkomt wordt een telefonische triage gehouden waarin je wordt gevraagd naar een set basisgegevens, zoals naam, adres, e-mailadres, telefoonnummer en BSN. De herbruikbaarheid van deze basisgegevens tussen zorgverleners is blijkbaar dusdanig beperkt dat ze keer op keer deze persoonsgegevens opnieuw willen opvragen en registreren. Een tijdrovende en voor de patiënt vertragende bezigheid.

Veilige zorgmail maar ook nog steeds post

De doorverwijzing vanuit mijn huisarts verloopt via ZorgDomein: een platform om zorggegevens tussen zorgverleners op een veilige manier te delen. ZorgDomein is ISO27001 en NEN7510 gecertificeerd, wat duidt op een gedegen informatiebeveiliging. Een goede, digitale oplossing zou je dus zeggen!

Mijn verbazing was daarom groot toen ik van het ziekenhuis hoorde dat de details van mijn afspraak met de orthopeed via de post aan mij worden opgestuurd. Mail zou niet veilig genoeg zijn. Opvallend, omdat het KNMG stelt dat mailoplossingen prima gebruikt kunnen worden, mits hiervoor bepaalde veiligheidsmaatregelen in acht worden genomen. En die oplossingen zijn inmiddels breed voorhanden. Daarnaast verzekert het versturen van patiëntgegevens via de post geenszins dat het veilig(er) gebeurt.

Conclusie

Zorgverleners en zorgaanbieders werken intensief samen en de doorverwijzing tussen de fysiotherapeut, de huisarts, de zorgkliniek en het ziekenhuis verloopt in mijn geval uitstekend. Op het gebied van de digitale zorg valt echter nog een wereld te winnen.

Ja, er is de laatste jaren geïnvesteerd in digitalisering, zowel in de berichtenuitwisseling tussen zorgverleners (bijvoorbeeld via ZorgDomein) als in het contact met patiënten (bijvoorbeeld via de verschillende PGO’s). Maar de digitale zorg is nog verre van geoptimaliseerd. Op gebied van efficiëntie (bijvoorbeeld via zorgmail versturen van patiëntgegevens) en gebruiksvriendelijkheid (bijvoorbeeld het digitaal kunnen inplannen van een afspraak) bieden de huidige digitale oplossingen al veel meer mogelijkheden dan nu worden benut. Ingewikkelder lijkt de onderlinge (technische) uitwisseling van gegevens tussen zorgverleners, bijvoorbeeld als het gaat over beelden van een MRI-scan.

De digitalisering van de zorg gaat gelukkig door en zorgt hopelijk in de toekomst ook op dat vlak voor een betere aansluiting tussen zorgverleners.

 

Vorige week liet ik een MRI-scan van mijn knie maken vanwege een opgelopen voetbalblessure. Op dinsdag had ik een afspraak bij de fysio, op woensdagochtend bij de huisarts voor de officiële doorverwijzing, op donderdagochtend bij de MRI-kliniek en vrijdag ontving ik de (helaas tegenvallende) uitslag, en maakte ik een vervolgafspraak bij de orthopeed in het ziekenhuis.

Een mooi staaltje Nederlandse zorg, met verschillende doorverwijzingen die elkaar kort opvolgden en zorgen voor (aan)sluitende dienstverlening. Super!

Wat helaas (nog) minder goed op elkaar aansluit zijn de digitale systemen en processen van de verschillende zorgverleners. Hierover deed ik in een week tijd interessante ervaringen op. De digitale zorg in vier praktijkbevindingen:

Een wildgroei aan PGO’s

Bijna iedere zorgverlener maakt gebruik van een persoonlijke gezondheidsomgeving voor de patiënt, zogeheten PGO’s. De huisarts gebruikt Mijngezondheid.net, niet te verwarren met Gezondheidsnet.nl of Mijngezondheid.nl. De MRI-kliniek had eveneens zijn eigen patiëntenportaal op Mijn DC Klinieken. En ook als ik straks bij het ziekenhuis kom krijg ik een eigen omgeving: Mijn HMC.

Op deze manier worden de persoonlijke gezondheidsomgevingen een soort gepersonaliseerde persoonlijke gezondheidsomgevingen, omdat werkelijk iedere zorgverlener zijn eigen portaal aanbiedt.

Ik vind een PGO op zichzelf heel goed, omdat het de patiënt meer regie geeft op de genoten zorg, maar wat wel opvalt is dat er geen enkele harmonisatie tussen de PGO’s plaatsvindt. Wat daarin een beetje helpt is een aansluiting op DigiD zodat in ieder geval de identificatie en authenticatie gelijk is.

Bellen is sneller

Wat tegenvalt is dat de PGO’s gebruikers maar beperkte functionaliteit bieden. Zo kan ik bij mijn huisarts geen afspraak via het portaal maken, alleen mijn gemaakte afspraken inzien… Voor een afspraak moet je op werkdagen tussen 8.00-12.00 uur bellen met de assistent(e). De telefoon blijft daarmee het belangrijkste communicatiemiddel waarmee contact tussen de patiënt en de zorgverlener tot stand komt.

Geen herbruikbaarheid van basisgegevens

Bij iedere zorgverlener waar je als patiënt nieuw binnenkomt wordt een telefonische triage gehouden waarin je wordt gevraagd naar een set basisgegevens, zoals naam, adres, e-mailadres, telefoonnummer en BSN. De herbruikbaarheid van deze basisgegevens tussen zorgverleners is blijkbaar dusdanig beperkt dat ze keer op keer deze persoonsgegevens opnieuw willen opvragen en registreren. Een tijdrovende en voor de patiënt vertragende bezigheid.

Veilige zorgmail maar ook nog steeds post

De doorverwijzing vanuit mijn huisarts verloopt via ZorgDomein: een platform om zorggegevens tussen zorgverleners op een veilige manier te delen. ZorgDomein is ISO27001 en NEN7510 gecertificeerd, wat duidt op een gedegen informatiebeveiliging. Een goede, digitale oplossing zou je dus zeggen!

Mijn verbazing was daarom groot toen ik van het ziekenhuis hoorde dat de details van mijn afspraak met de orthopeed via de post aan mij worden opgestuurd. Mail zou niet veilig genoeg zijn. Opvallend, omdat het KNMG stelt dat mailoplossingen prima gebruikt kunnen worden, mits hiervoor bepaalde veiligheidsmaatregelen in acht worden genomen. En die oplossingen zijn inmiddels breed voorhanden. Daarnaast verzekert het versturen van patiëntgegevens via de post geenszins dat het veilig(er) gebeurt.

Conclusie

Zorgverleners en zorgaanbieders werken intensief samen en de doorverwijzing tussen de fysiotherapeut, de huisarts, de zorgkliniek en het ziekenhuis verloopt in mijn geval uitstekend. Op het gebied van de digitale zorg valt echter nog een wereld te winnen.

Ja, er is de laatste jaren geïnvesteerd in digitalisering, zowel in de berichtenuitwisseling tussen zorgverleners (bijvoorbeeld via ZorgDomein) als in het contact met patiënten (bijvoorbeeld via de verschillende PGO’s). Maar de digitale zorg is nog verre van geoptimaliseerd. Op gebied van efficiëntie (bijvoorbeeld via zorgmail versturen van patiëntgegevens) en gebruiksvriendelijkheid (bijvoorbeeld het digitaal kunnen inplannen van een afspraak) bieden de huidige digitale oplossingen al veel meer mogelijkheden dan nu worden benut. Ingewikkelder lijkt de onderlinge (technische) uitwisseling van gegevens tussen zorgverleners, bijvoorbeeld als het gaat over beelden van een MRI-scan.

De digitalisering van de zorg gaat gelukkig door en zorgt hopelijk in de toekomst ook op dat vlak voor een betere aansluiting tussen zorgverleners.

 

PUBLICATIES